12.09 Zaaigoed, sporen daaronder begrepen
suikerbietenzaad
1209 10 00
luzernezaad (alfalfa)
1209 21 00
van rode klaver ( L.)
1209 22 10
van beemdlangbloem ( Huds.)
1209 23 11
van rood zwenkgras ( L.)
1209 23 15
veldbeemdgraszaad ( L.)
1209 24 00
van Westerwolds en Italiaans raaigras ( Lam.)
1209 25 10
van Engels raaigras ( L.)
1209 25 90
timotheegraszaad; van wikken; van ruw beemdgras ( L., L.); van kropaar ( L.); van struisgras (Agrostides)
1209 29 45
voederbietenzaad ( var. )
1209 29 60
zaad van kruidachtige planten hoofdzakelijk gekweekt voor de bloemen
1209 30 00
rodebietenzaad ( var. )
1209 91 30
zaden van woudbomen en van woudheesters
1209 99 10
zaad van planten hoofdzakelijk gekweekt voor de bloemen, ander dan dat bedoeld bij onderverdeling 120930
1209 99 91
12.10 Hopbellen, vers of gedroogd, ook indien fijngemaakt, gemalen of in pellets; lupuline
hopbellen, niet fijngemaakt en niet gemalen, noch in pellets
1210 10 00
hopbellen, fijngemaakt, gemalen of in pellets; lupuline
hopbellen, fijngemaakt, gemalen of in pellets, met lupuline verrijkt; lupuline
1210 20 10